‘Zomaar iets dat ik lees, een gebeurtenis, waar mijn oog op valt, wat mij overkomt of wat me bezighoudt...’

‘Ofwel van alles en nog wat!’

Op deze pagina:


Archief:



Zondag 3 juni 2018

Het Westen

Fragment uit 'Valaki más' van Imre Kertész.

Pagina 116 t/m 119.

Opeens moet ik terugdenken aan de apocalyptische regenbuien van het afgelopen voorjaar. Aan die plaats op de autosnelweg tussen Venetië en Milaan, waar ons elke dag een wolkbreuk wachtte, als een noodlottig rendez-vous. Aan de zondvloed op de ringweg van Klagenfurt, aan de oudtestamentische duisternis ’s middags. Achter de met regenwater ovespoelde voorruit M.'s ongelovige, geconcentreerde gezicht, waarop de rode remlichten werden weerspiegeld van de dinosaurushoge vrachtwagen voor ons. En aan de watermassa die niet druppelsgewijs maar samengekleefde bundels omlaag kwam op een windstille, mistige nacht in Nickelsdorf, waar een Oostenrijkse grenssoldaat ons dwong de beschutting van de auto te verruilen voor de slagregen, alleen omdat M. een paar meter te ver was doorgereden in plaats van bij het grenskantoor te stoppen. Zelf bleef hij wippend op zijn laarshakken onder het afdak schuilen, stond ons schreeuwend te woord en versperde ons de weg, zodat we in de regen moesten blijven staan en drijfnat werden. En die keer in Basel — was het daarna of daar of daarvoor? —, toen ik op een drafje de tram trachtte te halen terwijl de regen via mijn kraag in mijn kleren droop en mijn schoenen sopten. Het overdonderend rijke museum voor schone kunsten in Basel. Voor de schouwburg een vijver met een mobile: een zich manisch bewegend, waterspuwend, waterslikkend, watertoemetend, watergietend, in water wentelend apparaat, dat een verpletterende aanblik biedt; het restaurant met uitzicht op de Rijn; het handig gemaskeerde hedonisme, de bedreigende rijkdom. Die rijkdom zal worden verdedigd — dat merk je voortdurend. De bonte menigte waartussen ik me bevind, zal haar verdedigen in ruil voor de brokken die van de tafels van de rijken vallen. Ze zal verdedigd worden door de uit alle richtingen toegestroomde nomaden, wier aanwezigheid overal merkbaar is achter coulissen van deze gereserveerde, elegante stad, zoals men algen aantreft onder een glinsterende waterspiegel. Voor mij ligt een brief van Cioran aan Dieter Schlesak: Voor het westen komt onvermiddelijk de dag dat het door zijn gastarbeiders zal worden overheerst. De toekomst behoort altijd aan de slaven en de immigranten... Heel West-Europa heeft zich op die verdediging voorbereid, maar de verdedigers bij uitstek zijn de Oostenrijkers, die men de zo ver mogelijk naar het oosten opgeschoven wachtposten van het Westen zou kunnen noemen. Niemand vraagt zich echter af wat er behalve geld eigenlijk te verdedigen valt (de westerse cultuur, die al lang niet meer bestaat?). Overigens levert de manier waarop het Westen zich verdedigt meer schade op dan effectieve bescherming, zodat de restanten van zijn cultuur nu ook teloor dreigen te gaan. De op claustrofobie lijkende angst van West-Europa zal een nieuwe Adolf Hitler (dat wil zeggen superioriteitswaan van de inferieuren) baren. Weer zullen de bezitters van geld en macht de volledige neergang van de maatschappij dulden om te reden wat er te redden valt, en weer zullen totalitarisme en andere maatschappelijke ellende aanvaarden om aan hun dreigende vernietiging te ontkomen. Maar wat voor ontkomen zal dit zijn en wat voor totaliterisme? Wie zal kunnen beweren dat deze gevaarlijke ideologieën iets idealistisch hebben, iets wat nog niet is uitgeprobeerd en niet mislukt? Er schiet me een (bij wijze van uitzondering droge en zachte) nacht in Solothurn te binnen, en ook een toevallige ontmoeting met een Zwitserse auteur. Hij bracht me over een sprookjesachtig plein naar een sprookjesachtige kroeg en expliceerde me in die sprookjesachtige Hans-en-Grietje-omgeving met een door alcoholgebruik ietwat scheefstaande ogen dat het facisme — dat ditmaal niet in Duitsland zal beginnen — weldra de overwinning zal behalen en overal zal heersen... Bijna een halfuur lang sprak hij zo, totaal verbitterd, en ik deelde zijn mening ten volle. Daarna maakten wij, vier rondzwervende literatoren die door een worp van het toeval bijeengebracht waren, een lange wandeling door de milde nacht, tussen de onwaarschijnlijke coulissen van Solothurn, totdat het de Zwitserse schrijver te veel werd. Achter de gevels van die middeleeuwse, barokke en rococo huisjes woont niemand, legde hij uit, want die woningen zijn onbetaalbaar; ze bieden alleen onderdak aan kantoren, banken en vertegenwoordigers van schatrijke bedrijven... Ik had op dat moment het gevoel dat de wereld al bijna bezweken was onder al die leugenachtigheid en nog slechts op de genadestoot wachtte, die ze echter door omkoping, kolossale sommen smeergeld en verwarde gebaren en woorden steeds weer op het laatste ogenblik wist te voorkomen, beter gezegd, uit te stellen. Als ze echter ooit, één enkele keer, het geld niet meer op kan brengen...

Imre Kertész, Ik, de ander, 2001.
Oorspronkelijke titel en uitgave Valaki más
(Magvetö, Boedapest 1997)

‘Wat is er eigenlijk veranderd door de ‘Grote Verandering’? Ik heb mijn persoonlijke vrijheid teruggekregen — de deur van de cel waarin ik veertig jaar lang gevangen heb gezeten is opengegaan, en misschien is dit feit al voldoende om me in verwarring te brengen. Je kunt de vrijheid niet ervaren op de plaats waar je geknecht bent.’
     Na de omwenteling in Hongarije treedt de schrijver uit zijn besloten bestaan naar buiten in een geheel nieuwe, onbekende wereld, die vraagt om een heroverweging van alle grote levensvragen: Auschwitz en de cultuur, vrijheid en de moderne tijd — en uiteindelijk de zin van het menseijke bestaan.
     In Boedapest, Berlijn, München, Hamburg, Tel Aviv en Amsterdam beleeft hij de verwondering van de denker die zichzelf waarneemt en met een schok ervaart: Ik is een ander.

Imre Kertész (Boedapest 1929) werd in 1944 naar Auschwitz gedeporteerd en in 1945 uit Buchenwald bevrijd. Zijn literaire werk kon lange tijd niet in Hongarije worden gepubliceerd. Hij hield zich in leven als vertaler van onder andere Freud, Nietzsche en Wittgenstein. De laatste jaren geldt Kerész als een van de grootste Europese schrijvers van deze tijd en worden zijn boeken overal ter wereld vertaald.



Donderdag 22 mei 2014

Europa

Fragmenten uit 'Van het westelijk front geen nieuws' (1929) van Erich Maria Remarque.

Pagina 18.

We kregen een militarie opleiding van tien weken en in die tijd veranderden wij grondiger dan in tien jaar schooltijd. We leerden, dat een gepoetste knoop belangrijker is dan vier delen Schopenhauer. Eerst verbaasd, toen verbitterd en eindelijk onverschillig leerden we inzien, dat niet het verstand de doorslag gaf, maar de schoenborstel; niet de gedachte, maar het systeem; niet de vrijheid, maar de dressuur. Met geestdrift en goede wil waren we soldaat geworden; maar men deed alles, om die er bij ons uit te krijgen. Na drie weken vonden we het niet meer onbegrijpelijk, dat een brievenbesteller met de korporaalstrepen meer macht over ons had dan vroeger onze ouders, onze opvoeders en alle culturen bij elkaar van Plato tot Goethe.
...

Pagina 127/128.

‘Maar hoe komt er dan eigenlijk zo'n oorlog?’ vraagt Tjaden.
Kat haalt zijn schouders op. ‘Er zijn zeker mensen, die er zij bij spinnen.’
‘Nou daar hoor ik dan niet onder,' zegt Tjaden grijnzend.
‘Jij niet en niemand van ons.’
‘Maar wie zouden dat dan zijn?’ houdt Tjaden vast. ‘De keizer heeft er toch zelf ook geen voordeel van; die had al alles, wat hij maar kan begeren.’
‘Dat moet je niet zeggen,’ zegt Kat, ‘een oorlog had hij bijvoorbeeld nog niet gehad. En iedere grote keizer heeft toch minstens één oorlog nodig; anders wordt hij niet beroemd. Kijk dat maar eens in je schoolboeken na.’
‘Generaals worden ook beroemd door een oorlog,’ zegt Detering.
‘Nog beroemder dan keizers,’ verzekert Kat.
‘Er zitten zeker andere mensen achter de schermen, die aan de oorlog willen verdienen,’ bromt Detering.
‘Ik houd het meer voor een soort ziekte,’ zegt Albert. ‘Niemand wil eigenlijk oorlog, en opeens is hij er toch. Wij hebben geen oorlog gewild; de anderen beweren hetzelfde; — en toch is de halve wereld er nu druk mee bezig.’
...

Pagina 162.

Ik ben jong; ik ben pas twintig jaar oud; maar ik ken van het leven nog niets anders dan wanhoop, dood, angst en een samenkoppeling van de onnozelste oppervlakkigheid met een poel van ellende. Ik zie, hoe de volken tegen elkaar opgedreven worden en elkaar vermoorden, zwijgend, onwetend, dwaas, gehoorzaam en onschuldig.
...

Pagina 173.

Bertinck heeft een schot in zijn borst; na een poos slaat een granaatscherf zijn kin af. Diezelfde scherf heeft nog de kracht, om de heup van Leer open te scheuren. Leer kreunt en richt zich krampachtig op zijn ellebogen omhoog; hij bloedt in korte tijd dood; niemand kan hem helpen. Als een varkensblaas, waarin geprikt is, zakt hij in een paar minuten in elkaar. Wat heeft hij er nu aan, dat hij op school zo goed was in wiskunde.
...

Pagina 179.

Als we in 1916 naar huis waren gegaan, dan hadden we uit onze smart en uit de felheid van onze ondervindingen een storm over het land ontketend. Maar als we nu naar huis gaan, dan zijn we moe, mislukt, leeggebrand, ontworteld en zonder verwachtingen. We zullen onze draai niet meer kunnen vinden. Niemand zal ons ook kunnen begrijpen; — want de generatie, die wat ouder is dan wij, heeft ook wel die jaren met ons aan het front gestaan, maar die mannen hadden al een eigen huis en een betrekking en die kunnen nu terugkeren in hun oude positie en zullen de oorlog vergeten; — en de jongens, die ons op volgen, die lijken op wat wij vroeger waren, — die zullen ons vreemd blijven en ons op zij schuiven. We weten met onszelf geen raad; we zullen ouder worden: enigen zullen zich kunnen aanpassen, anderen zullen zich maar in het onvermijdelijke schikken, en de meesten zullen wanhopig zijn, — de jaren zullen voorbijgaan en eindelijk zal onze ongelukkige generatie uitsterven.
...

Erich Maria Remarque, Van het westelijk front geen nieuws, zeventiende druk december 1954.
Erven J. Bijleveld · Utrecht.

dit boek wil noch een aanklacht noch een bekentenis zijn.
het wil alleen een poging wagen, verslag uit te brengen
over een generatie, die door de oorlog vernield werd,
ook als ze aan zijn granaten wist te ontkomen.



Zaterdag 9 november 2013

Democratisch vermoeidheidssyndroom

Zal het dan nu... Ik loop de boekhandel binnen en kijk op de tafels waar het zou ‘moeten’ liggen. Aan de andere kant van de tafels zie ik Oek de Jong's essay/pamflet Wat alleen de roman kan zeggen: die is er dus weer. In de kast, bij de R dan, of bij de V? Maar nee. Ik loop verder de boekhandel in. Toch bij geschiedenis misschien? Zie de cassette van Zwagerman al van verre staan. En dan ja, daar: een stapeltje van drie! Ik pak het bovenste exemplaar en houd dit omhoog, en wil bijna uitroepen: ‘Heb er één!’

Een fragment uit Tegen verkiezingen van David Van Reybrouck.

Besloot ik het vorig hoofdstuk met de gedachte dat verkiezingen vandaag gedateerd zijn als democratisch instrument, dan leren we nu dat ze eigenlijk nooit als democratisch instrument bedoeld zijn geweest. Het is dus nog veel erger! Bovendien: het meest gangbare democratisch instrument, loting, werd volledig uitgesloten door architecten van het representatieve stelsel op een beperkt domein na: dat van de juryrechtspraak. Wij electorale fundamentalisten, klampen ons al decenia vast aan de stembusgang als was het de Heilige Graal van de democratie, en nu beseffen we dat we ons aan het verkeerde gehecht hebben, niet aan een graal, maar aan een gifbeker, aan een procedé dat uitdrukkelijk als antidemocratisch instrument in stelling werd gebracht.
...

Interview met David Van Reybrouck op Lezentv.
Convention on the Constitution

Platformen voor democratische innovatie:
- newDemocracy (Australië)
- G1000 (België)
- Koning Boudewijnstichting (België)
- Teknologi-rådet (Denemarken)
- Mehr Demokratie (Duitsland)
- Democracy International (Europa)
- Assocation pour une démocratie directe (Frankrijk)
- We the citizens (Ierland)
- Netwerk Democratie (Nederland)
- ¡Democracia real YA! (Spanje)
- 38 Degrees (Verenigd Koninkrijk)
- The Jefferson Center (Verenigde Staten)
- Center for Deliberative Democracy (Verenigde Staten)
- AmericaSpeaks (Verenigde Staten)
- GlobalVoices (Verenigde Staten)



Maandag 10 september 2012

Recht van de sterkste

‘Je eigen verantwoordelijkheid nemen,’ luidde het devies van onze premier.
De grote vergissing, van zo’n slogan, - bestaat erin te denken dat iedereen dit van nature kan.
De kwade opzet ervan bestaat erin, om zo het recht van de sterkste te promoten.

Bron: Tegenlicht, Dichter op Nederland, maandag 10 september 2012



Vrijdag 18 mei 2012

Consument of inwoner?

Ongeveer dertig jaar geleden werd door Tim Berners-Lee en Robert Cailliau het World Wide Web, meestal kortweg het web genoemd, bedacht.
Deze uitvinding leverde een wereld op met onvoorstelbare mogelijkheden, waarbij van begin af aan vaststond dat het web de aard zou krijgen van een gedeelde gemeenschap, de bron voor individuele vrijheid; misschien wel de dominantie over politieke en zakelijke macht zou krijgen.

Helaas wordt steeds duidelijker dat het web wordt bedreigd, en een debat: hoe het web moet worden geregeld, in wiens belang en voor welke doeleinden van toenemende en belangrijkere betekenis aan het worden zijn.

Het internet wordt steeds meer gebruikt als een kracht voor schepping maar ook voor vernietiging.
De honger naar vrijheid heeft geleidt tot verval van de traditionele bedrijfsmodellen van kranten en de muziek- en filmindustrie, maar dezelfde honger naar vrijheid, toegankelijkheid en intercommunicatie heeft een democratische culturele explosie vergemakkelijkt naar ongeŽvenaarde mogelijkheden voor het verspreiden van informatie. Echter biedt dit ook een ongekende kans voor controle, en stelt haar gebruikers bloot: gewoonten en voorkeuren worden verzameld, dergelijke data vormen steeds meer de basis voor een commercieel succes. Maar het kan ook gemeenschappen menigten mobiliseren die dictators kunnen bedreigen - maar ook democratieŽn zijn kwetsbaar voor bijvoorbeeld een cyber-aanval. Het zou de nieuwe grens kunnen worden in een koude oorlog.
Of wordt het web een plek dat muren afbreekt, grenzen overschrijdt, zodat er geen belemmeringen méér zijn.

Wat vooral duidelijk aan het worden is is dat we opweg zijn naar een nieuw type eigendom. Ook op het web zal de toekomst niet zo zijn als het verleden. Een vraag die hierbij als eerste naar boven komt is, hoe behouden we, in een omgeving waar enkel oude regels van toepassing zijn, de grootste troef van internet: het algemeen belang!
Tot nu toe is er binnen het rechtsstelsel nog geen adequate oplossing bedacht voor de drang naar monopolie door internetbedrijven als Google of Facebook en de drang van online-marketingbedrijven om van consumenten zoveel mogelijk informatie te verzamelen. Microsoft, DoubleClick van Google zijn daarin bekende spelers, maar AcXiom, Exelate en Bluekai zijn buiten de online-marketingsector onbekenden.

De bescherming van de grondbeginselen van het web is een kwestie van ons allen, en door Tim Berners-Lee treffend ‘waakzaamheid van de burger’ genoemd.
Niet de openheid van het web zelf, maar de toenemende trend om zaken af te sluiten zou moeten worden beteugeld, zoals door bepaalde internetbedrijven opgerichte netwerken waardoor rijkdommen van de virtuele wereld ontoegankelijker zijn gemaakt.

Het World Wide Web moet er niet zijn voor de consument, maar voor ons: inwoners van het web!

Bron: The Guardian, Internet: a web for the world, vrijdag 20 april 2012

Zie ook: Ian Katz, Web freedom faces greatest threat ever, warns Google's Sergey Brin, The Guardian Weekly, 20-26 april 2012

25 TRACKING SITES IN VIJF MINUTEN
‘We laten overal kruimels achter, als een digitale Hans en Grietje - onze geboortedatum, onze naam, onze voorkeuren, onze relaties.’ Op zich heeft Gary Kovacs daar niet eens zoveel moeite mee. De internetpionier, baas van Mozilla en browser Firefox, vindt het prima als sommige sites zijn voorkeuren weten. ‘Ze kunnen dan boeken aanbevelen, of films waarin ik geïnteresseerd ben.’
   Tot zo ver alles goed, vertelt hij in een recente toespraak op Ted.com. Maar dan installeert hij een klein programmaatje in zijn browser om te zien wie hem eigenlijk allemaal volgen, welke cookies geïnstalleerd worden. En hij schrikt zich rot. Hij beschrijft hoe hij ’s ochtends met zijn negenjarige dochter iets opzoekt aan het ontbijt.‘We hebben nog geen twee happen genomen en er zijn 25 websites die ons volgen. Naar vier ben ik zelf gegaan.’ Aan het eind van zijn werkdag is het aantal geëxplodeerd: 150 sites volgen hem. ‘Al mijn persoonlijke gegevens, zonder mijn toestemming. It freaks met out. I am being stalked across the web.’ Hij installeert het programma bij zijn dochter. In een ochtendje verzamelt ook zij tientallen tracking sites, terwijl ze alleen maar een paar websites voor kinderen bezoekt.
   Kovacs: ‘Nu ben ik even geen tech-pionier meer. Nu ben ik vader. Stel je voor dat in de fysieke wereld iemand met een camera en een opschrijfboekje onze kinderen zou volgen en alles zou bijhouden. Niemand zou dat pikken. We zouden actie ondernemen. En dat moeten we nu ook doen.’
   Behavioural tracking heet het, en het is een grote industrie. Installeer bijvoorbeeld Ghostery - een klein programma dat laat zien door wie u gevolgd wordt. U gaat naar bekende websites en ziet direct dat volgers van DoubleClick, Parse.ly of Quantcast geïnstalleerd worden. Get quantified today! Is de slogan waarmee het laatste bedrijf klanten trekt. Het belooft ‘real-time, gedetailleerde profielen aan adverteerders om te kunnen kopen, verkopen, contact opnemen en kennis nemen van consumentengedrag.’
   Kovacs zegt hij zich naakt voelt, onbeschermd. ‘Het is een gebied met vrijwel geen wetgeving en regels. Het kan ons schaden, het geheugen van internet is oneindig. Privacy is geen optie en dat mag niet de prijs zijn die wij betalen voor het gebruik van het internet.’
   Het is mogelijk om niet gevolgd te worden - daarvoor zijn verschillende programma’s beschikbaar, zoals disconnect.me, torproject.org, anonymizer.com of hideipvpn.com - maar dat vergt veel moeite.
   (Voor de toespraak Tracking the Trackers van Gary Kovacs zie http://goo.gl/uneds

Inzetje bij het stuk van Tom Vandyck, Zelfs online word je gevolgd, De Groene Amsterdammer, nummer 19 / 10-05-2012.